top of page

𝐃𝐞 𝐭𝐚𝐚𝐫𝐭 🍰𝐯𝐚𝐧 𝐝𝐞 𝐳𝐨𝐫𝐠

De laatste nachten droom ik veel over de zorg. Over hoe we die verlenen en vooral over de plek van de verpleegkundigen daarin. Er wordt vaak gediscussieerd over wat we minder moeten doen, zodat er meer tijd overblijft voor het ‘𝒆𝒄𝒉𝒕𝒆 𝒗𝒆𝒓𝒑𝒍𝒆𝒆𝒈𝒌𝒖𝒏𝒅𝒊𝒈𝒆 𝒘𝒆𝒓𝒌’. Maar wat ís dat precies?



Steeds opnieuw horen we wat verpleegkundigen níét meer moeten doen. Niet meer wassen, niet meer dit, niet meer dat. Maar misschien is de vraag niet wat wij minder moeten doen, maar hoe we sámen meer kunnen betekenen. Ik ben wat bang om dit te schrijven, want 𝐦𝐨𝐠𝐞𝐥𝐢𝐣𝐤𝐬 𝐬𝐭𝐚𝐦𝐩 𝐢𝐤 𝐭𝐞𝐠𝐞𝐧 𝐞𝐧𝐤𝐞𝐥𝐞 𝐬𝐜𝐡𝐞𝐧𝐞𝐧. Maar ik pak mijn moed bijeen. Waarom kan een psycholoog bijvoorbeeld geen gesprek voeren tijdens het wassen van een patiënt? Waarom moet een patiënt zichzelf volledig klaarmaken om vervolgens bij de kinesist te oefenen op de bewegingen die hij nét daarvoor al heeft gedaan? En als er een oproepbel gaat, waarom wordt er dan automatisch verwacht dat een verpleegkundige binnenkomt, terwijl een andere zorgverlener soms een veel gerichtere oplossing kan bieden?



Soms droom ik over een 𝐚𝐧𝐝𝐞𝐫𝐞 𝐚𝐚𝐧𝐩𝐚𝐤. Stel je voor dat het eerste half jaar van elke zorgopleiding hetzelfde zou zijn. Of je nu verpleegkunde, geneeskunde, kinesitherapie, ergotherapie, vroedkunde, psychologie, logopedie, orthopedagogie, sociaal werk of voeding- en diëtkunde studeert – iedereen zou starten met dezelfde basis. Niet alleen medische kennis en anatomie, maar ook communicatie en psychologie. Hoe praat je met een patiënt in een kwetsbare situatie? Hoe bouw je vertrouwen op? En ja, ook hygiënische zorgen zouden deel uitmaken van dit basispakket. Want stel dat er tijdens een consult een ‘accidentje’ gebeurt – zou het dan niet vanzelfsprekend moeten zijn dat die hier correct en met zorg mee kan omgaan?



𝐄𝐞𝐧 𝐠𝐨𝐞𝐝𝐞 𝐭𝐚𝐚𝐫𝐭 𝐛𝐞𝐠𝐢𝐧𝐭 𝐛𝐢𝐣 𝐞𝐞𝐧 𝐬𝐭𝐞𝐯𝐢𝐠𝐞 𝐛𝐨𝐝𝐞𝐦. Als we in de zorg allemaal op dezelfde basis bouwen, kunnen we beter samenwerken. We zouden elkaars taal spreken, elkaars uitdagingen begrijpen en elkaars rol in het zorgproces respecteren. De lagen van de taart zouden op elkaar aansluiten, in plaats van los van elkaar te worden opgestapeld zonder echte samenhang.



Toch lijkt de focus tegenwoordig vooral op de verpakking te liggen. De doos moet strak, netjes en gestroomlijnd zijn. Maar als we hem openen, ligt alles door elkaar. Meer regels, meer afbakening, meer opsplitsing – tot we geen taart meer hebben, maar losse ingrediënten die niet meer eetbaar zijn.



Misschien moeten we niet nadenken over wat we kunnen schrappen, maar over hoe we zorg écht samen kunnen geven. Hoe we kunnen bouwen aan een taart waar iedereen aan bijdraagt, met de juiste laag op de juiste plek. Zorg die niet alleen mooi oogt, maar vooral voedzaam en waardevol is.



Want uiteindelijk gaat het niet om minder of meer doen. Het gaat om anders doen. En vooral: 𝐬𝐚𝐦𝐞𝐧 𝐝𝐨𝐞𝐧.




 
 
 

Opmerkingen


bottom of page